Nieuw en verbeterd: Tweeschroevenbeugels van Walraven

Kleine veranderingen kunnen een groot verschil maken Walraven heeft onlangs het assortiment tweeschroevenbeugelsvernieuwd en geoptimaliseerd. In het assortiment vindt u de premium Bifix®G2 beugels en de standaard 2S beugels. Deze tweeschroevenbeugels zijn geschikt voor geïsoleerde en ongeïsoleerde buizen en geschikt voor verschillende typen buizen. Door bijvoorbeeld meer diameters aan het assortiment toe te voegen, de zekerheidssnelsluiting te perfectioneren en de rubberen inlage te verbeteren, kunnen we met kleine veranderingen een groot verschil maken voor u als professional. Walraven biedt alles van standaard buisbevestiging tot een premium productreeks die alle typen van buisbevestiging omvat, voor binnen- en buitentoepassingen. Walraven heeft de oplossing voor het bevestigen van al uw geïsoleerde en ongeïsoleerde buizen van koper, staal en kunststof! Voor binnen- en buitentoepassingen: Bifix®G2 De Bifix®G2biedt een uniek en premium assortiment beugels voor alle soorten buisbevestiging. De geoptimaliseerde reeks omvat beugels met en zonder inlage voor stalen, koperen, multilayer en kunststof buizen met een diameter van 10 t/m 225 mm. De functionaliteit van de bekende snelsluiting van de beugel is robuuster geworden en de safeloads van deze reeks beugels zijn verhoogd voor een hogere capaciteit. Daarnaast is de rubberen inlage van de beugel veranderd; het rubber volgt nu de binnenzijde van de beugel waardoor het er minder snel uitvalt, de buitenzijde is steviger geworden en het heeft een Walraven-groen kleurtje gekregen. De nieuwe 2-componenten EPDM inlage verhoogt tevens het installatiegemak en de geluidsisolatie (DIN 4109). Qua sterkte is de Bifix®G2 geschikt voor medium tot hoge belasting volgens RAL GZ-655 en RAL GZ-656 tijdens brand. Daarnaast is de Bifix®5000 G2 uit de reeks speciaal ontworpen voor PE buizen. Deze beugel kan zowel glijdend als klemmend bevestigd worden om de buisexpansie op te vangen. Tot slot bevat de Bifix®G2 een BIS UltraProtect®1000 oppervlaktebehandeling waardoor deze geschikt is voor binnen- en buitentoepassingen. De gesloten reeks van de 2S De standaard 2S beugelis geschikt voor bevestiging van geïsoleerde en ongeïsoleerde stalen, koperen en multilayer buizen met een diameter van 10 t/m 225 mm. Deze gesloten reeks maakt het mogelijk om voor elke diameter een beugel uit deze reeks te kunnen toepassen. De 2S beugel heeft een geperfectioneerd stalen ontwerp en vormt een oplossing voor iedere medium belasting in overeenstemming met RAL GZ-655. De 2S beugels zijn met en zonder EPDM inlage beschikbaar. Het stalen ontwerp van de 2S beugel is gebaseerd op die van de Bifix®G2, wat inhoudt dat de rubberen inlage is gevormd naar de stalen onderdelen om het glijden van de inlage te voorkomen. De anti-verliesschroef voorkomt daarnaast dat de schroeven uit de beugel vallen tijdens het installeren. Meer informatie? Kortom, Walraven biedt de oplossing voor het bevestigen van al uw geïsoleerde en ongeïsoleerde buizen van koper, staal en plastic. Bent u geïnteresseerd in de nieuwe tweeschroevenbeugels van Walraven? Vraag dan nu een gratis informatiepakket aan via onze website!

Vernieuwd beursconcept van Bouw Compleet in Hardenberg slaat aan

HARDENBERG – Het vernieuwde beursconcept van Bouw Compleet in Evenementenhal Hardenberg slaat aan. Eerder maakte organisator Easyfairs al bekend het concept op de schop te gooien om nog beter aansluiting te vinden op de wensen en behoeften van bezoekers en exposanten. Zo is de beursdata aangepast naar woensdag 9 tot en met vrijdag 11 oktober 2019, waardoor de beurs voor het eerst op een vrijdag te bezoeken is en zijn alle beurshallen geclusterd op thema. Het nieuwe beursconcept trekt ook nieuwe exposanten aan, zoals Saint-Gobain Weber Beamix, Point line, Velux Commercial, Remix Droge Mortel en Topspin.

“We zien dat het vernieuwde concept goed wordt ontvangen door onze huidige exposanten en dat het tegelijkertijd nieuwe leveranciers aantrekt. Met name het feit dat we dit jaar ook de beurshallen per thema indelen, wordt als een groot pluspunt ervaren. Ook bezoekers profiteren van deze nieuwe, gestructureerde indeling. Het biedt namelijk meer overzicht en leidt tot een efficiënter beursbezoek”, zegt Miranda Vrieling, marketeer Bouw Compleet.

Andere wijzigingen in het beursconcept van Bouw Compleet zijn ‘Leven in de Bouwerij’, een toekomstplein en de integratie van de segmenten verf, glas en afbouw in het Bouw Compleet-concept. Het initiatief ‘Leven in de Bouwerij’ wordt gerealiseerd in hal 3. Hier komen netwerken, fun, entertainment en horeca samen. Zo komt Volandis met een ludieke activiteit waar veilig werken centraal staat. Ook wordt in deze hal iedere dag een pubquiz georganiseerd. De beurs wordt op de vrijdag afgesloten met een dj en livemuziek. “Dat past in het nieuwe concept, want Bouw Compleet is het feest voor bouwend Noordoost-Nederland”, aldus Miranda.

Een nieuw onderdeel op Bouw Compleet is het toekomstplein. Middels dit initiatief geeft Bouw Compleet antwoord op de vraag naar en het gebrek aan nieuw personeel. Organisator Easyfairs gaat gericht studenten uitnodigen die een beroepsgerichte opleiding volgen, zodat zij zich kunnen oriënteren op de arbeidsmarkt.

Exposanten kunnen nieuw personeel werven. Daarnaast gaat de beursorganisatie eind juni de bouwplaatsen op. Een aantal bouwplaatsen wordt bezocht om werknemers persoonlijk uit te nodigen voor de komende editie van Bouw Compleet op woensdag 9, donderdag 10 en vrijdag 11 oktober 2019 in Evenementenhal Hardenberg.

Zon genoeg, maar weten we het ook te benutten?

Zonne-energie heeft de toekomst. Daar zijn Holland Solar, Techniek Nederland en Onderzoeksbureau Good! het wel over eens. De vraag is echter hoe deze ontwikkeling in goede banen te leiden. En welke gevolgen heeft het voor de installatiebranche? “Ja, de toekomst voor zonne-energie ziet er zonnig uit,” kopt Rolf Heynen van onderzoeksbureau Good! in. Hij zet wel meteen een kanttekening: “Het gaat om de combinatie zon en wind. Dat worden de twee grootste energie-opwekkers van de wereld. Geen enkele andere energiebron komt in de buurt van deze twee. Ze vullen elkaar perfect aan. Kijk maar naar het gemiddelde weer in Nederland. Als het hard waait, is er veelal weinig zon. En als het heel zonnig is, is er weinig wind.” Volgens Amelie Veenstra, manager Beleid Holland Solar, is het onder meer de grote toepasbaarheid van zonne-energie waardoor het zo’n potentie heeft. “Op daken, aan gevels, langs wegen en vliegvelden, op onbenutte grond en op water. Dat Nederland straks vol staat met zonneparken is een verkeerde gedachte. Op gebouwen en op water is meer dan genoeg ruimte voor zonnepanelen. Daarnaast is Nederland zelfvoorzienend, we hoeven geen zonne-energie te exploiteren in warme, zonnige landen.” Doekle Terpstra van Techniek Nederland wijst erop dat zonne-energie installateurs het afgelopen jaar maar liefst vijf miljoen zonnepanelen geïnstalleerd. “Dat is natuurlijk geweldig nieuws. Tegelijkertijd blijven daken van scholen en bedrijven nog vaak leeg. Als we ook die daken beter benutten, zetten we een flinke stap richting het realiseren van onze klimaatdoelstellingen.” Belangrijkste energiebron Het Nationaal Solar Trendrapport onderbouwt deze potentie met cijfers. Uit een nieuwe studie blijkt dat in Nederland 5.500 km2 geschikt is voor zonnepanelen. Dat is 5,5% van de totale beschikbare oppervlakte. Op dit moment wordt nog maar 12km2, voornamelijk dakoppervlak, van Nederland bedekt met zonnepanelen. Er is 2.275 km2 beschikbaar op agrarische terreinen, woongebieden, bedrijventerreinen, overige gebouwde terreinen en op wegen en dijken. De rest is beschikbaar op binnen- en buitenwater. Als de volledige 5.500 km2 benut wordt voor zonnepanelen, kan Nederland in theorie meer dan driekwart van haar totale finale energieverbruik opwekken met zonne-energie. Dat betekent dat zonne-energie in 2050 onze belangrijkste energiebron kan zijn. Pieken overbruggen Voordat het zover is, zijn er nog wel een aantal uitdagingen aan te gaan. Zoals de onvoorspelbaarheid van de zon en wind, het draagvlak bij burgers voor eventuele zonneparken en controle en toezicht op een veilige plaatsing van zonnepanelen. En niet te vergeten, hoe gaan we al die opgewekte energie opslaan en zijn er genoeg vakmensen op zonnepanelen te plaatsen? Rolf Heynen: “Wat betreft onvoorspelbaarheid, daar hebben we geen invloed op. Wel kunnen we manieren vinden om de perioden tussen pieken te overbruggen, zowel voor korte als voor lange termijn. Het overbruggen van korte periode is op te lossen met accu’s. Voor de langere perioden ligt dat ingewikkelder, naar mogelijke oplossingen wordt volop onderzoek gedaan. De zonnepanelen zelf zijn ook nog volop in ontwikkeling. Niet alleen qua toepasbaarheid, maar ook wat rendement betreft. Feit is dat panelen ieder jaar efficiënter worden.” Meer technici nodig Branchevereniging Holland Solar ziet echter ook nog een andere grote uitdaging: zijn er straks wel voldoende vakmensen om de toepassingen van zonne-energie uit te voeren in praktijk? Veenstra: “Er is veel werk voor handen. Er ontstaat hierdoor een grote behoefte aan goede opgeleide mensen. Wij besteden daarom veel aandacht aan opleidingen en trainingen.” Deze uitdaging ziet Techniek Nederland ook. Hun zorg gaat met name uit naar het werven van enthousiaste jongeren. Terpstra: “De energietransitie gaat écht vaart krijgen. Dat betekent dat we meer technici nodig hebben om onder meer zonne-energie installaties aan te leggen. De grote uitdaging is om voldoende jongeren te interesseren voor een loopbaan in de duurzame installatiebranche. De innovaties gaan razendsnel. Zonnepanelen worden geïntegreerd in daken, wanden en in ramen. Het wordt steeds belangrijker om de opgewekte stroom op te kunnen slaan; ook op dat gebied zullen we ontwikkelingen zien.” Handen inéén Achterover leunen en afwachten is er dan ook niet bij. Onlangs hebben Holland Solar en Techniek Nederland daarom de handen inéén geslagen. Zij gaan zich samen inzetten voor de energietransitie. Nu de groei van zonne-energie in ons land razendsnel gaat, vinden beide organisaties dat ze de krachten moeten bundelen. Met een symbolische ondertekening op de beurs Solar Solutions in Vijfhuizen bekrachtigen de voorzitters Doekle Terpstra van Techniek Nederland en Jaap Baarsma van Holland Solar op 19 maart de afspraak. Terpstra: “We hebben beide belang bij een bedrijfstak met een hoge kwaliteitstandaard. Daar gaan we samen aan werken, vanuit onze eigen invalshoek. Doel is een gezonde, florerende zonne-energiesector die vooroploopt om ons land duurzamer te maken.”

Strengere geluidseisen voor buitengeplaatste warmtepompen en airco’s

Buiten de woning geplaatste warmtepompen en airco’s mogen straks niet meer dan 40dB geluid veroorzaken bij de buren. Dit is één van diverse wijzigingen aan het Bouwbesluit die de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het toepassen van warmtepompen vindt steeds meer plaats en met deze wijzigingen wordt geluidsoverlast voor de omgeving voorkomen. Er komen ook strengere regels voor het aanbrengen van PUR-schuim om de gezondheid van bewoners te beschermen. Bewoners mogen tijdens het aanbrengen van dit isolatiemateriaal niet meer in de woning aanwezig zijn. Ook moet de kruipruimte tijdens het isoleren geventileerd worden. Bouwbesluit 2012 Een bouwwerk mag geen gevaar opleveren voor bewoners, gebruikers en omgeving. Daarom heeft de overheid in het Bouwbesluit 2012 voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu vastgelegd. Een bouwwerk moet altijd voldoen aan die voorschriften. De wijzigingen die de minister nu voorstelt gaan om nieuwe of aangepaste voorschriften en richten zich vooral op vergroten van veiligheid en gezondheid. Veiligheid bouwplaatsen Naar aanleiding van aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid worden ook twee nieuwe voorschriften opgenomen om de veiligheid op bouwplaatsen te vergroten. Er gaan veiligheidsafstanden gelden rond bouw- en sloopplaatsen en de contactgegevens van de coördinator omgevingsveiligheid moeten worden vermeld in het veiligheidsplan. Daarnaast is het Bouwbesluitvoorschrift voor zelfsluitende deuren aangepast zodat woningtoegangsdeuren in woongebouwen met inpandige gangen zelfsluitend moeten zijn. Deze wijziging moet ervoor zorgen dat vluchtroutes rookvrij blijven bij brand. Het merendeel van de nieuwe of aangepaste voorschriften gaat naar verwachting per 1 januari 2020 in.

PROJECT GEZONDE GEBOUWEN HEEFT GRENSOVERSCHRIJDENDE IMPACT

Limburg mag trots zijn op haar innovatieve klimaat dat duurzame bedrijvigheid aanjaagt en ondersteunt. Een voorbeeld is het project ‘Healthy Building Network’ dat op 12 juni gereedschappen presenteerde om de business case van gezond bouwen inzichtelijk te maken. De wachtlijst van Nederlandse en Duitse bedrijven die wilden deelnemen was zo groot dat de workshop op 10 september in Krefeld in de herhaling gaat. Gezond bouwen is hot! En inzicht in impact op gezondheid én financiën is essentieel om het voor elkaar te krijgen. Gezond bouwen heeft de toekomst, maar de vraag blijft vaak: hoe vertalen we dat gezonde binnenklimaat en die gezonde medewerkers in een betaalbaar gebouw? Tijdens de innovatieworkshop ‘BUSINESS CASE’ van het Healthy Building Network zijn de antwoorden gegeven. En gezien de opkomst van 100 belangstellenden en de flinke wachtlijst, is het een onderwerp dat aanspreekt. Het Stadskantoor van Venlo is een gebouw van allure dat niet meer heeft gekost dan een regulier gebouw, maar wel veel innovaties kent om tot een optimaal binnenklimaat, licht, akoestiek en waterzuivering te komen. Dit gebouw dient als inspiratie voor de kennis die is ontwikkeld door de sprekers, die op 12 juni en 10 september hun inzichten delen. Inzichten De presentatie van Piet Eichholtz, professor of Real Estate Finance aan de universiteit van Maastricht, geeft mooie nieuwe inzichten over de invloed van een gezond gebouw op de gezondheid van de mensen die er werken. Het C2C Expolab presenteert samen met TNO, het onafhankelijke onderzoeksinstituut in Nederland, een calculator van restwaarde van producten. Dit is een belangrijk gereedschap voor de business case van circulair bouwen. En Van de Valk, het hotel waar de conferentie op 12 juni plaatsvond, presenteert haar plannen voor de nieuwbouw van een gezond hotel. Hierin is veel inspiratie van het Stadskantoor meegenomen. Business case tool Waar de dag om draait, is de presentatie van de tool die de complete business case van een gezond gebouw kan berekenen en snel kan tonen wat de terugverdientijd én de cashflow is. De tool is ontwikkeld door het C2C Expolab samen met HEVO en neemt alle kosten van een gebouw mee in de berekeningen. De kosten van een plaats waar vele mensen samenwerken bestaan voor 1% uit energie, 9% uit gebouwkosten en voor maar liefst 90% uit personeelskosten. Als al deze kosten samen in een calculator worden gevoegd, wordt duidelijk dat de terugverdientijd van duurzame oplossingen soms lang is, maar dat er al na het eerste jaar een positieve cashflow wordt gegenereerd. Daarmee wordt de business case pas echt interessant voor investeerders en eigenaren. Grensoverschrijdende impact Healthy Building Network is een grensoverschrijdend project en dat is te merken in de opkomst. Tijdens de meet & match worden de vragen in Nederlands, Duits en Engels gesteld en doet iedereen moeite om elkaar te begrijpen en cultuurverschillen te overbruggen. Elementair voor het zakendoen over de grens en het vinden van partners waarmee samen gebruik kan worden gemaakt van de innovatievouchers die worden uitgedeeld in het Healthy Building Network project. Het Healthy Building Network wordt in het kader van het INTERREG-programma Deutschland-Nederland uitgevoerd en door de Europese Unie, het MWIDE NRW en de provincie Limburg financieel ondersteund.

Technische groothandels krijgen 3e Lean & Green Star

Rensa Family op weg naar CO2-neutraal Drie bedrijven van de Rensa Family hebben de derde Lean & Green Star behaald. Technisch Handelsbureau Rensa, Rensa Family Company en sanitair-groothandel GévierDales hebben de ster toegekend gekregen voor een CO2-reductie van 35 procent van hun gezamenlijke logistiek in Didam en Doetinchem in 10 jaar tijd. Het zijn de eerste technische groothandels in Europa die de derde ster hebben ontvangen. Lean & Green Lean & Green Europe is het leidende CO2-reductieprogramma voor bedrijven die hun logistiek willen verduurzamen door maatregelen te nemen die niet alleen kostenbesparingen opleveren, maar gelijktijdig milieubelasting reduceren. De uiteindelijke doelstelling van Lean & Green Europe is zero emissie, gesymboliseerd door de 5e Lean & Green Star. “We voelen de plicht om de CO2-uitstoot van onze logistiek naar beneden te brengen. Sinds 2009 nemen we deel aan het Lean & Green-programma en hebben sindsdien talloze aspecten van ons logistieke apparaat duurzamer gemaakt”, zegt algemeen directeur Henk-Jan Wegman. “Zo zijn bijvoorbeeld de oude vrachtwagens vervangen, worden de magazijnen verwarmd met biogas en rijdt een deel van het wagenpark op biobrandstof, gemaakt van onder meer gebruikt frituurvet.” Duurzame ambitie Met toekomstige generaties in het achterhoofd, investeert de Rensa Family niet alleen in duurzame logistiek, maar vooral in een duurzame toekomst. Zo bouwt de Rensa Family in Doetinchem een nieuw en bovenal duurzaam distributiecentrum. Het pand is volledig ‘gasloos’. Onder meer zonnepanelen, warmtepompen, vloerverwarming en ledverlichting zorgen ervoor dat het pand een EPC van 0,0 heeft. Wegman: “Deze derde ster is het bewijs dat we met jarenlang investeren in de reductie van CO2-uitstoot, wat betreft duurzaamheid, niet alleen pionier maar ook de koploper zijn in de installatiebranche. Daar zijn we trots op.” Award en Stars 1. De Lean & Green Award wordt toegekend aan organisaties, die zich door middel van een goedgekeurd Plan van Aanpak committeren aan de duurzaamheidsambitie van een minimale CO2-reductie van 20% binnen een periode van maximaal vijf jaar. 2. De Lean & Green Star wordt toegekend aan organisaties die binnen een maximale periode van vijf jaar een minimale CO2-reductie van 20% hebben gerealiseerd. 3. De 2e Lean & Green Star wordt toegekend aan organisaties voor het realiseren van nieuwe duurzaamheidsambitie(s): een minimale CO2-reductie van 10% binnen drie jaar. 4. De 3e Lean & Green start wordt toegekend aan organisaties voor het realiseren van nog eens een 5% CO2-reductie binnen twee jaar.

FRISTADS ZET EEN GROTE STAP IN HET ONTWIKKELEN VAN DUURZAME WERKKLEDING

Het meten van de totale milieu-impact van een kledingstuk, van materiaal naar productie en transport, is eindelijk mogelijk. Met hulp van RISE en textielonderzoekers, is Fristads de eerste met het ontwikkelen en aanpassen van een milieuproductverklaring bij het produceren van kleding – met een kledinglijn binnen dit thema voor professionals in de bouw. Deze kledinglijn wordt dit najaar gelanceerd. Een Environmental Product Declaration (EPD) laat de opeenvolgende e ectenop het milieu zien van een product gedurende de gehele levensduur. Er werden al EPD’s gebruikt in sectoren als de bouw, maar ze konden nooit worden toe- gepast op kleding – tot nu. Samen met het Zweedse overheidsonderzoeks- instituut (RISE) en textielonderzoeker Sandra Roos heeft Fristads een methode ontwikkeld voor het labellen van kleding met een EPD, te beginnen met een milieuvriendelijke collectie werkkleding die wordt gelanceerd na de zomer. “Om de ecologische voetafdruk binnen de textielindustire en kledingproductie te verminderen en de bewustwording van zowel producenten als kopers te verbeteren, is een nationaal meetinstrument nodig. Een tool die met volledige transparantie de werkelijke milieu-impact van het kledingstuk toont aan hand van feiten in plaats van onduidelijke berichten. Ons streven is de standaard te zetten en een meetinstrument te introduceren dat gebruikt kan worden in de gehele kledingindustrie om zo echt een verschil te maken voor het milieu,” zegt Marie-José Verbeek, Managing Director van Fristads in de Benelux. Het werk is al meer dan 18 maanden aan de gang, de samenwerking met RISE (dat samenwerkt met de academische wereld, grote ondernemingen en mensen binnen het Zweedse innovatiesysteem) en textielonderzoeker Sandra Roos, productontwikkelaars, ontwerpers en fabrikanten hebben een belangrijke rol gespeeld in het project. De volledige productieketen en levenscyclus van het
kledingstuk zijn doorgelicht; materiaalkeuze, hoeveelheid materiaal, verfproces, water- en elektriciteitsverbruik in de fabriek en de verpakking en het transport van het voltooide kledingstuk. “De eerste zijn en baanbrekend werk verrichten op dit gebied was tijdrovend maar zeer bevredigend. Zowel Fristads als wij bij RISE hebben veel geleerd, en het is een mijlpaal voor de industrie dat we bewezen hebben dat het mogelijk is. Onze hoop is nu dat meer bedrijven aan de slag gaan met het gebruik van EPD’s om milieu-e ecten te controleren op op een gestandaardiseerde manier,” zegt Sandra Roos,textielonderzoeker bij RISE. Fristads Green is een nieuw concept dat dit najaar wordt gelanceerd. Voor elk kledingstuk uit deze collectie is een EPD gemaakt. Het ontwerp is teruggebracht naar de basis en is modern met een innovatieve kledingconstructie, speciaal ontworpen om verspilling, garengebruik en naaimachinetijd tot een minimum te beperken om zo het energieverbruik te verminderen. Er is gebruikt gemaakt van het verfproces e.dye® , waarbij de kleur aan de grondstof wordt toegevoegd voor- dat deze tot garen wordt vermaakt, wat het waterverbruik met 75% vermindert in vergelijking met traditionele verfprocessen. Het katoen in de kledingstukken is ongeverfd om de impact op het milieu zo klein mogelijk te houden. Overeenkomstig hiermee is er een EPD gemaakt voor overeenkomstige kledingstukken in het Fristads assortiment ter vergelijking. “We streven er altijd naar om in ontwikkeling te blijven en voorop te lopen wanneer het gaat om innovatieve oplossingen voor werkkleding. Het doel is om Fristads Green in al onze productgroepen door te voeren. Door deze kleding te ontwikkelen, blijven we onszelf, onze productieketen en onze keuzes uitdagen, en hopen anderen te inspireren door een pad uit te stippelen binnen deze industrie voor meer bewustwording en transparantie,” aldus Marie-José Verbeek.

Master Lock introduceert Vault Enterprise voor slim toegangsbeheer

Amsterdam, 3 juni 2019 – Master Lock, producent van beveiligingsoplossingen, verandert de manier waarop bedrijven toegang kunnen beheren met Master Lock Vault Enterprise. Deze oplossing combineert gebruiksvriendelijke software met Bluetooth-beveiligingsapparaten voor het vereenvoudigen van toegangsbeheer. Master Lock Vault Enterprise integreert een online platform, een mobiele applicatie en Bluetooth-beveiligingsapparaten, zoals hangsloten en sleutelkluizen. Deze oplossing reduceert kosten, complexiteit en de beveiligingsrisico’s van fysieke sleutels via een slimme en veilige oplossing. Daarnaast biedt Vault Enterprise meer controle omdat beheerders toegang kunnen monitoren met data en audit trails. Flexibel toegangsbeheer Door de webinterface kunnen beheerders toegang verlenen en beheren voor een onbeperkt aantal sloten en gebruikers. Gemachtigd personeel krijgt toegang tot sloten en kluisjes via de applicatie op hun smartphone. Fysieke sleutels zijn overbodig en kunnen niet meer worden kwijtgeraakt. Bedrijven zijn er daardoor van verzekerd dat hun bezittingen veilig zijn. Beheerders kunnen toegang bieden aan personeel op basis van tijd, datum of groep, zoals in de volgende scenario’s: Individueel: verleen permanente of tijdelijke toegang aan een bepaalde medewerker Groep: deel gebruikers en apparaten eenvoudig in groepen in, zoals medewerkers of schoonmaakteams Universele bedrijfsapplicatie Vliegtuigmaatschappijen en vastgoedbedrijven maken al gebruik van de oplossing, en hebben daarmee bespaard in kosten en tijd door een betere toegangscontrole en de mogelijkheid om assets te traceren, bijvoorbeeld door in te zien we er het laatst toegang heeft gehad tot de gereedschapsopslag. De technologie is echter geschikt voor elke sector en industrie, zoals facility management, nutsbedrijven, scholen en universiteiten, fabrieken en het MKB. “We hebben uitvoerig onderzoek gedaan onder eindgebruikers en kwamen erachter dat bedrijven moeite hadden met toegangsbeheer. Klanten willen een eenvoudige en kosteneffectieve manier om de toegang te beheren van verschillende assets, zoals poorten, deuren en gereedschapskisten”, zegt Bernard Acolty, Country Sales Manager Benelux bij Master Lock. “Master Lock Vault Enterprise voorziet in die behoefte door middel van toegangsbeheer met intuïtieve beheersoftware en een eenvoudige setup, die bovendien maar een kleine investering in infrastructuur vereist.” Voor meer informatie over Vault Enterprise, bezoek: https://www.masterlock.com/solutions/vault

RIWAL REALISEERT 54% MINDER ROETUITSTOOT

Dordrecht, 28 mei 2019 – Riwal, verhuur- en verkoopspecialist van hoogwerkers en verreikers, heeft met de overstap van diesel naar Shell GTL Fuel een vermindering van roetuitstoot van maar liefst 54% gerealiseerd. Dat blijkt uit onderzoek, wat onder andere is uitgevoerd door SOS Advies in de afgelopen maanden.   Forse reductie Door de forse reductie van de uitstoot van elementair koolstof (zoals roet ook wel wordt genoemd) draagt Riwal voor een belangrijk deel bij aan de verbetering van de lokale luchtkwaliteit, maar ook aan het welzijn van operators en hun werkomgeving. Uit hetzelfde onderzoek is namelijk ook gebleken dat de hoeveelheid respirabel stof (fijnstof, het stofdeel dat kan worden ingeademd) met 27% is gedaald. De hoeveelheid uitgestoten stikstofdioxide (NO2) nam af met 16%, terwijl de hoeveelheid stikstofmonoxide (NO) zelfs met 36% daalde ten opzichte van conventionele diesel.   Tijdens het onderzoek werd uitstoot vergeleken tussen identieke dieselaangedreven machines voorzien van TIER4 motoren, die voorzien waren van conventionele diesel of Shell GTL Fuel. De emissieresultaten van het onderzoek liggen stuk voor stuk ruim onder de wettelijk voorgeschreven waarden.   Voordelen Shell GTL Fuel Met deze vermindering van roet- en fijnstofuitstoot ziet Riwal al snel het resultaat van de investering die het vorig jaar deed. Het bedrijf stapte per 1 oktober 2018 voor al het dieselaangedreven materieel over op Shell GTL Fuel. GTL staat voor gas-to-liquids, wordt gemaakt van aardgas en verbrandt schoner dan conventionele diesel uit aardolie. Dat levert een reductie op van de uitstoot van fijnstof, zwaveloxiden en stikstofoxiden. De brandstof is bovendien geurloos, stiller en biologisch afbreekbaar, wat een groot voordeel is voor werknemers die met (of dichtbij) de machines werken of in gesloten ruimtes werkzaam zijn. Bovendien zijn voor bestaand dieselmaterieel geen aanpassingen of extra investeringen noodzakelijk.   Riwal neemt haar verantwoordelijkheid Met de overstap van diesel op Shell GTL Fuel, een keuze die na zorgvuldig onderzoek is gemaakt, neemt Riwal haar verantwoordelijkheid voor het milieu, haar klanten en eigen medewerkers. Dat Shell GTL Fuel leidt tot minder lokale uitstoot van emissies en minder zwarte rook, is door dit onderzoek nu ook extra bewezen.   Groenste verhuurvloot van Nederland Het doel van Riwal is om, naast partner te zijn voor veilig werken op hoogte, de “groenste verhuurvloot van Nederland” te realiseren en een ruim assortiment elektrisch materieel aan te kunnen bieden aan haar klanten. Daarnaast kan Riwal door haar samenwerking met Shell en het gebruik van Shell GTL Fuel, haar klanten voorzien van schoner dieselaangedreven materieel op locatie, dat met name gebruikt wordt in de bouw-, installatie- en onderhoudssector.   Transitieperiode Johan van Klinken, Country Manager Riwal Benelux licht toe: Onze volledige vloot elektrificeren is wegens praktische redenen niet haalbaar. Zo is de gebruiksduur zonder op te laden niet toereikend voor klussen waarbij ons materiaal de hele dag stationair draait. Ook maken fabrikanten nog geen 100% elektrische machines voor bijvoorbeeld ruw terrein of met een werkhoogte hoger dan 20 meter. Vandaar dat we sinds 2014 zelf een knikarmhoogwerker van 26 meter en drie types telescoophoogwerkers van 28,  38 en 43 meter hebben omgezet van diesel naar 100% elektrisch aangedreven. Voorlopig zitten we dus in een transitieperiode en is Shell GTL Fuel voor ons dieselaangedreven materieel het beste alternatief. Wij geloven echt in dit product”.

Lamellendeuren en gevelbekleding geven EnergyVille2-complex expressief karakter

Een strakke en uniforme gevel; dat vertoont het onderzoekscentrum naar alternatieve en hernieuwbare energie ‘EnergyVille 2’ te Genk . Een groen imago, dat ook aan de ventilatie- en zonweringfabrikant Duco gekoppeld wordt. Het gevelbeeld is onder andere te danken aan de lamellendeuren en -wanden, respectievelijk bekend als DucoDoor en DucoWall. Een mooi staaltje techniek in combinatie met architectuur. Het derde en meest recente gebouw in het Thorpark, met een oppervlakte van 5.000 m², kwam tot stand op de voormalige mijnsite. In EnergyVille2 wordt onderzoek gedaan naar de manier om PV-systemen en opslagsystemen efficiënter en goedkoper te maken. Dat groene karakter sluit perfect aan bij de visie van Duco. De producent heeft ervoor gezorgd dat het complex over een esthetisch en expressief karakter beschikt, dankzij de DucoDoor Grille en DucoWall Classic 50Z als gevelbekleding. Aan het woord is Bart Debusschere, General Manager van Duco Projects: ‘Op de gelijkvloersverdieping is de DucoDoor Grille toegepast. Als vrijstaande toegangsdeur is deze uitstekend geschikt voor wanden die niet opgebouwd zijn uit lamellen, maar bij dit project is er echter sprake van een unieke toepassing. Rondom de DucoDoor Grille, die opgebouwd is uit Solid-lamellen, bevinden zich immers nóg roosters met lamellen van hetzelfde type. Deze roosters zijn voorzien van zowel gesloten niet geponste als geponste lamellen. Het resultaat is een architecturaal aantrekkelijke gevelschil, waarbij uniformiteit spreekt.’ Inbraakwerende oplossing ‘Het personeel kan op beide oren slapen,’ gaat Debuscchere verder, ‘want de DucoDoor Grille deuren werden inbraakwerend toegepast.’ Op vlak van inbraakwerendheid scoort de DucoDoor Grille, met RC2-gecertificeerde uitvoering, hoog. Daarbij maken de Solid-lamellen elke uitvoering vandalismeveilig. ‘Sommige ruimtes in het Genkse onderzoekscentrum dienen immers als opslagplaatsen. Dankzij de DucoDoor Grille huizen alle zaken veilig achter slot en grendel.’ Daarnaast werd bij de ene deur insectenwering toegepast, bij de andere is er dan weer sprake van speciale filterdoeken. ‘Een mooi pluspunt van deze DucoDoor deuren is dat de onderlinge verschillen esthetisch niet zichtbaar zijn aan de buitenkant van de deuren.’ DucoDoor: vat vol mogelijkheden De DucoDoor Grille op zich biedt heel wat mogelijkheden. Zo kan de lamellendeur volledig tochtvrij gemaakt worden. Door aan de zijkant scharnieren te plaatsen, wordt een grote, nuttige breedte gerealiseerd. Op die manier kan de deur 180° geopend worden. Daarnaast zijn alle DucoDoor deuren maatwerk en zijn verkrijgbaar tot maximum 3 meter nuttige hoogte en breedte.  Lamellenwand voor grotere oppervlaktes ‘Naast de DucoDoor Grille werd ook de toepassing van de DucoWall Classic 50Z ingezet voor intensieve ventilatie’, gaat Debusschere verder. Het gaat hier specifiek om een lamellenwand die ter plaatse in het gevelbeeld voor de grotere oppervlaktes ingebouwd werd. De lamellen bezorgen EnergyVille2 een hedendaagse architecturale uitstraling. Vlotte samenwerking Debusschere concludeert: ‘Duco heeft hier gewerkt in opdracht van de firma Houben die de verantwoordelijkheid gaf om de technische elementen uit te werken rond alles omtrent ventilatiedeuren en ventilatieroosters. Onder andere door het goed overleg tussen de technische teams en de vlotte samenwerking hebben we samen gezorgd voor een mooi eindresultaat hier in Genk.’