Afbeelding

Contactloos houtrot opsporen een stap dichterbij

bouw

OnderhoudNL wil de positie van de aangesloten lidbedrijven versterken. Dat doen we onder andere door het aanjagen van innovaties. Zo is onlangs het vervolgonderzoek naar een andere methode voor het opsporen van houtrot afgerond. Prikken in het kozijn om te kunnen bepalen of er sprake is van houtrot: dat moet anno 2024 toch anders kunnen, zou je denken.

Behoefte aan betrouwbare techniek
Edwin Meeuwsen, sectormanager Totaal bij OnderhoudNL legt uit dat opdrachtgevers vooraf vaak precies willen weten wat het herstellen van houtrot gaat kosten. “Bovendien wordt het risico van meer of minder houtrot dan voorzien, steeds vaker volledig neergelegd bij het onderhoudsbedrijf. Er is dus een grote behoefte aan een niet-destructieve, snelle en betrouwbare techniek om houtrot op te sporen.”

Verkennend onderzoek
OnderhoudNL is daarom eind 2019, samen met TNO en een aantal lidbedrijven, gestart met een verkennend onderzoek. Een van de deelnemende bedrijven is Schildersbedrijf Jeroen Hulsen uit Veghel. Jeroen: “In de praktijk loop ik regelmatig tegen de vragen aan als ik ergens een verdachte plek vind; ‘Wat is hier aan de hand?’, ‘Hoe groot wordt deze reparatie?’

Met prikken zie je ook niet alles en vocht meet je maar enkele centimeters diep.”

Gerichter reparaties uitvoeren
Jeroen legt uit dat als je eenmaal begint aan een reparatie, je vaak niet meer terug kunt. “Zo heb ik met regelmaat pastareparaties uitgevoerd die beginnen met een verdacht plekje dat ik aantrof bij binnenschilderwerk en uiteindelijk sta je dan in de winter buiten hele verstekken te bekisten. Toen ik hoorde van dit project heb ik me dan ook meteen aangemeld. Ik zag er de potentie van in. Op deze manier kunnen we met zijn allen straks beter inzicht krijgen wat er zich in de ondergrond bevindt en meer gericht reparaties uitvoeren.”

Drie technieken
TNO bundelde bestaande kennis en informatie over een aantal mogelijke methoden. De deelnemende bedrijven en TNO beoordeelden deze methoden aan de hand van een aantal criteria: (arbo)veiligheid, toepasbaarheid, betaalbaarheid, snelheid, nauwkeurigheid, robuustheid en niet belastend voor het milieu.

Aan de hand daarvan werd besloten verder onderzoek te verrichten op drie technieken:
1. Radartechnologie
2. Ultrasoon
3. Trillingen

Ultrasone techniek
Inmiddels dat vervolgonderzoek afgerond. De ultrasone techniek (geluidsgolven) blijkt veelbelovend te zijn. Om vast te kunnen stellen dat deze techniek op een goede en constante manier houtrot kan waarnemen, wordt deze methode verder onderzocht (valideren). Daarnaast gaan we op zoek naar een leverancier die een dergelijk utrasoon apparaat zou willen en kunnen door-ontwikkelen tot een bruikbaar en betaalbaar instrument voor de bedrijfstak.

Praktijkervaring
Vanuit TNO is projectmanager Marc Souverein bij het onderzoek betrokken. Marc: “Hout wordt tegenwoordig weer steeds meer toegepast in de bouw, niet alleen bij kozijnen en andere aftimmering, maar ook constructief en bouwkundig. Het opsporen van houtrot (degradatie) wordt daarmee nog belangrijker. Gezamenlijk met OnderhoudNL en haar partners hebben we in een aantal stappen van hypothese naar praktijk kunnen werken. Zo hebben we de partners mee kunnen nemen om ook de praktijkervaring en behoeften te kunnen bepalen en op welke techniek verder ingezet moet worden.

T-scanning
Parallel aan dit geslaagde onderzoek met OnderhoudNL en haar bijbehorende partners heeft TNO onderzoek gedaan naar CT-scanning in relatie tot dichtheid van het hout.

Marc: “Om de potentie van de ultrasone techniek te valideren zou CT-scanning zeer goed kunnen helpen. Zo komen we met z’n allen vooruit en wie weet kunnen we de vervolgstap uitvoeren met onze eigen CT-scanner bij onze toekomstige nieuwe faciliteiten gericht op hout & biobased bouwen.”

Potentie
Edwin Meeuwsen is blij met de resultaten van het onderzoek: “Innoveren zorgt voor nieuwe marktmogelijkheden, motivatie onder de medewerkers, een sterke positie als werkgever en maakt bedrijven weerbaarder. Contactloos houtrot opsporen lijkt misschien nu nog ver weg, maar het onderzoek biedt potentie oor de toekomst.”