Afbeelding

Een gezond binnenklimaat monitoren in bestaande gebouwen

Installatie

Met de invoering van de Energy Performance of Buildings Directive IV (EPBD IV) is de verduurzaming van bestaande gebouwen geen vrijblijvende ambitie meer, maar een wettelijke verplichting. “De herziene Europese richtlijn legt de nadruk op energieprestatie, monitoring, systeemrendement en binnenklimaatkwaliteit. Daarmee verschuift de focus van enkel energieverbruik naar integraal gebouwpresteren”, vertelt Richard Daamen, Managing Director van Belimo en voorzitter van FHI-Gebouwautomatisering. Wat betekent dit concreet voor klimaatinstallaties in bestaande utiliteitsgebouwen? En waarom is ventilatie slechts één van de parameters binnen het grotere geheel?

Alleen wat wordt gemeten kan worden geanalyseerd en geoptimaliseerd. De “slimme” gebouwen van morgen worden gekenmerkt door een hoog niveau van energie efficiëntie en optimaal comfort in de ruimtes. Daarom moet een gebouw kunnen “communiceren” met de gebruiker, de onderhouds-specialist en de energieleverancier. De EPBD stelt de Smart Readiness Indicator (SRI) voor de beoordeling van gebouwen. Deze indicator is ontwikkeld door de Europese Commissie en evalueert niet alleen onderhoud en energie, maar ook de levenskwaliteit van de gebruikers van het gebouw. Gebouwautomatisering met slimme veldapparatuur die in een HVAC-systeem in een netwerk kan worden opgenomen, vormen de basis voor deze.

De EPBD IV stelt strengere eisen aan bestaande gebouwen. “De kern van de EPBD IV is dat lidstaten moeten sturen op een gefaseerde verbetering van de slechtst presterende gebouwen. Dat raakt direct de HVAC-installaties”, aldus Daamen. “Klimaatsystemen zijn verantwoordelijk voor maar liefst 40% van het energiegebruik in utiliteitsbouw. Zonder optimalisatie van die installaties is compliance simpelweg niet haalbaar.” Wat nieuw is, is de nadruk op monitoring, inspectieplicht en systeem-rendement. “Het gaat niet meer alleen om theoretische energieprestatieberekeningen, maar om aantoonbare operationele efficiëntie.”

Een gezond binnenklimaat wordt vaak gereduceerd tot voldoende ventilatievoud, weet Daamen. “Om een gezond binnenklimaat te borgen, is het belangrijk dat je weet waar je ‘verse buitenlucht’ vandaan komt”, benadrukt Daamen. “Bevind je je in een groene omgeving of op een industrieterrein? Welke filters zijn nodig om de buitenlucht te zuiveren van pollen, stikstof, fijnstof en andere vervuilingen? Hoe zorg je voor een goede luchtverspreiding? En hoe breng je met behulp van sensoren de luchtkwaliteit vraaggestuurd naar het juiste niveau?” “De EPBD IV verbindt echter energieprestatie nadrukkelijk aan Indoor Environmental Quality (IEQ). Om aan de juiste kwaliteit van het binnenmilieu te kunnen voldoen moet je wel hele belangrijke parameters kunnen monitoren. Dit betekent dat een toekomstbestendige klimaatinstallatie integraal moet sturen op CO2- en luchtkwaliteitsmetingen (vraaggestuurd ventileren), thermisch comfort (temperatuurstabiliteit en minimale overshoot), relatieve luchtvochtigheid, hydraulische balans en ∆T-optimalisatie, systeemefficiëntie, pompenergie, realtime monitoring en datatransparantie. Wanneer je de ventilatie verhoogt zonder hydraulische optimalisatie, dan stijgt het energiegebruik disproportioneel. De EPBD IV brengt hier verandering in door de balans tussen gezondheid en energie-efficiëntie centraal te stellen.”

RetroFIT+
Moeten bestaande installaties volledig worden vervangen om aan EPBD IV te voldoen? “Niet per definitie”, meent Daamen. “In veel gebouwen is de basisinfrastructuur van leidingen, luchtkanalen en opwekking technisch nog bruikbaar. De inefficiëntie zit vaak in verouderde regelafsluiters, niet-modulerende aandrijvingen en gebrek aan sensordata.” Een gerichte HVAC-upgrade – zoals binnen de Belimo RetroFIT+-aanpak – richt zich daarom onder andere op vervanging van conventionele regelafsluiters door drukonafhankelijke of intelligente afsluiters. Door implementatie van debiet- en energiemeting op systeemniveau en integratie van modulerende aandrijvingen met terugkoppeling te verbinden aan het GBS/BMS zorgt dat voor optimalisatie van de ∆T in verwarmings- koelcircuits.

De EPBD IV stimuleert bovendien slimme gebouwautomatisering. “Systemen boven bepaalde vermogensgrenzen moeten voorzien zijn van automatisering en controlefunctionaliteit. Dat maakt een retrofit van regeltechniek vaak urgenter dan vervanging van de opwekker.”

Een onderschat thema binnen bestaande gebouwen is het zogenaamde lage ∆T-probleem, weet Daamen. “Te kleine temperatuurverschillen tussen aanvoer en retour leiden tot een verminderde warmtepompefficiëntie, slechter rendement van WKO-installaties, hogere pompenergie en capaciteitsproblemen in distributienetten. Door hydraulische onbalans stroomt er vaak teveel water door het systeem. Dat lijkt veilig, maar ondermijnt het rendement. Intelligente regelafsluiters kunnen volumestromen exact begrenzen en monitoren. Daarmee herstel je de thermodynamische efficiëntie.”

De EPBD IV zet sterk in op digitalisering en transparantie van gebouwprestaties. Continue monitoring wordt de norm. “Een gezond binnenklimaat moet aantoonbaar zijn”, resumeert Daamen. “Dat betekent gemeten data. Niet alleen voor energiegebruik, maar ook voor comfortparameters. Zonder data is er namelijk geen optimalisatie en zonder optimalisatie geen naleving van de richtlijn. Gebouwen transformeren daarmee van statische objecten naar dynamisch geregelde energiesystemen.”

De richtlijn benadrukt expliciet dat energie-efficiëntie niet ten koste mag gaan van binnenluchtkwaliteit. Dit betekent dat het ventilatiesysteem moet voldoen aan de minimaal gestelde eisen en dat er geen comfortverlies mag plaatsvinden door energiebesparing toe te passen. “De uitdaging is niet méér ventileren of minder energie gebruiken, maar intelligent balanceren.”

EPBD IV maakt duidelijk dat bestaande gebouwen niet langer kunnen vertrouwen op verouderde HVAC-systemen zonder monitoring en optimalisatie. “Een gezond binnenklimaat vraagt om meer dan ventilatie alleen”, benadrukt Daamen. “Het vereist thermische stabiliteit, hydraulische balans, datagedreven regeling en aantoonbare energie-efficiëntie. Gerichte HVAC-retrofit is daarmee geen optionele optimalisatie meer, maar een strategische stap richting wettelijke compliance én toekomstbestendig gebouwbeheer.”

Belimo Climate Foundation
Maar de duurzame ambitie van Belimo gaat verder. Met de oprichting van de Belimo Climate Foundation ondersteunt Belimo ook non-profit instellingen en niet-overheidsorganisaties wereldwijd op het gebied van onderwijs, opleiding en gezondheid om de energie-efficiëntie van hun gebouwen te verbeteren en de CO2-uitstoot te verminderen. “Doel van onze stichting is om bij te dragen aan de verduurzaming van álle gebouwen, ook als hiervoor de financiële middelen ontbreken”, benadrukt Daamen. “Maar ook om de samenwerking op deze manier bewust te maken van de hefboomwerking die gebouwrenovaties hebben. Bijvoorbeeld als het gaat om het bereiken van onze klimaatdoelstellingen. Hierbij focussen we niet alleen op energieopwekking, maar ook op energiedistributie en ventilatiesystemen. Want op al deze vlakken is nog heel wat te winnen. Zowel in kantoren, hotels, ziekenhuizen, datacenters als scholen.”

Als voorzitter van FHI-Gebouwautomatisering ziet Daamen dat de bewustwording in kleine utiliteitsprojecten groeit. Als voorbeeld noemt hij de scholen, waarin verplichte CO2-meters helpen om inzicht te krijgen in de luchtkwaliteit. “Maar inzicht alleen is niet genoeg”, benadrukt hij. “Datzelfde geldt voor het openen van ramen bij te hoge ppm-scores. Het is tijd om écht in actie te komen, om onze gebouwen op de juiste manier te upgraden en om binnenklimaat, comfort en energieverbruik op orde te brengen. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor de overheid, maar ook voor onze branche. Laten we samen een vuist maken en écht impact maken. Onze aarde zal ons dankbaar zijn.”

www.belimo.nl
Richard Daamen - Managing Director
BELIMO Servomotoren B.V.



Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding